"Neem ons niet kwalijk!"
Het zijn de gendarmes van Djibouti. Ze lachen naar ons van hun bewakingspost langs de weg. Ze heffen hun hande in een sympatisch gebaar.
Een van hun controles laat ons niet door, neemt mijn paspoort af en houdt de kamelen A'urta en Suma'atuli als garantie vast. Ze hebben ons hier naar het officiele check punt gelopen om een verklaring te geven. Omdat we wankelend lopend een bergpad zijn afgedaald, verdwaald als we waren. Omdat we het niemandsland tussen Ethiopie and Djibouti zijn ingeblunderd. Omdat geen battery gedreven gimcrack, geen vreemd gewgaw, geen kinder speelgoed dat GPS heet, mijn trotse Ethiopische kameeldrijvers konden vertellen waar ze op het oppervlak van de aarde stonden: dat we onbewust de grens van Djibouti waren overgestoken.
Maar alles is nu weer vereffend. Verklaard, tot het licht gebracht. Ten rechte beoordeeld. De Djiboutianen geven ons instructies - verontschuldigend - om weer naar een verre Ethiopische wachtpost terug te keren. Ik moet een stempel krijgen in mijn uitvaartsvisa. Hoe ver weg is it? Het is tenminste vier mijl terug. Zo zal ik als een ping-pong bal op deze manier heen en weer gaan tussen naties wiens afbakeningen in het zand zijn getekent, in de wind. ik sleep me mijlen langs een smeltende weg die verstopt zit met vrachtwagens, over een spookachtige verdeling die niets van niets afscheidt.
The new caravans: a mile of trucks at the Galafi border crossing to Djibouti.
Paul Salopek
Of zo lijkt het. Want grenzen reguleren de krachtigste topografie op onze planeet: de golvingen van de menselijke geest.
Ethiopie: van de oude tijd, uitgezaaid, druk, zoemend met een doel, met nationalistische leuzen, de leidende macht in de hoorn van Afrika. Djibouti: pas 36 jaar oud als land, een minuskuul kleine Franse kolonie van vroeger, minder dan a millioen mensen, a slaperige nagedachte aan de Rode Zee.
Ethiopie: Je oor prikkelt van het gebabbel van Amharic, Oromo, Engels - en 87 andere talen die tot kleine volksgroepen horen. Djibouti: alleen maar Frans, Afar en Somali.
Ethiopie: Politie staan gereed in camouflage gevechts kleding, die een martiale regering aangeven voordurend op voet van oorlog met zijn nemesis, Eritrea. Djibouti: Hier zijn de vaak versleten uniformen blauw en groen met wit patentleren ceintuurs, alsof ze blaasorkest musici zijn, zoals het past bij een kleine staat die geen vijanden heeft.
Ethiopie: De Afar nomaden geven hun kamelen traditionele namen - "Op het oor gebrandeerd", "Voor een koe verruild". Djibouti: Wanneer ik mijn nieuwe Afar kamelen gidsen Houssain en Musa vraag wat de namen van onze twee pakdieren zijn, zegt Houssain, "Houssain". En Musa antwoord, "Musa". Dan lachen ze.
My chapeau gets a long overdue washing by Houssain Mohamed Houssain—in boiling sulfur water. Delousing was included.
Paul Salopek
De Djiboutische kameeldrijvers dragen afgeprijsde Ray-Ban zonnebrillen en cargo broeken. Zij zijn beter uitgerust dan ik. Ze hebben een stalen vergiet voor de pasta meegebracht. The leider van de karavaan, een joviale man die Houssain Mohamed Houssain heet, beledigd als hij was door mijn vuile hoed, graaide het van mijn hoofd en schuurt het in een hete bron schoon. He draagt een grote zwarte mobiele telefoon, zoiets als een prop van een oude James Bond film, door de woestijn mee. Als we lopen, roept hij er continue in. Waar praat hij over? "Ik doe aan een parliamentaire verkiezing mee," vertelt hij me, "Ik ben mijn verkiezingscampagne aan het organiseren.
Guides Houssain Mohamed Houssain (Bond) and Musa Lubak (Moneypenny) share a multimedia moment in the Gagade desert.
Paul Salopek
Dezelfde middag, na negen weerschitterende mijlen Djibouti in, bovenop elkaar zittend onder de waterig blauwe schaduw van een doum palm, nemen we een lunch pauze: groene boontjes in mosterd saus, pilaf rijst, kerry saus, hardgekookte eieren, koffie, en thee. De afgelopen week heb ik gelopen op een dieet van biskwie. Op noedels en water. Ik zet mijn vork neer. (Een vork!) Eerbiedig, neem ik een foto van mijn bord. Lang leve de Francophonie.
Paul Salopek
