Dageraad. Een zon bleek als bijenwas. De woestijn houdt ons in twee dimensies. We lopen er door. We laten er onze sporen in na. Onze lichamen tekenen hun verhalen.
Awad Omran, de Soedanese kameeldrijver, schommelt bovenop de jonge stier Seema. Hij laat de platte, ovale ellipsen van kameelafdrukken achter zich. Blik omhoog: het gezicht van Afrika kijkt terug - waakzaam, sceptisch, onbewogen als de stikstofblauwe lucht erachter. Awad zegt weinig. Hij loopt zelden. Wanneer hij afstijgt om zijn gekromde benen uit te rekken, roffelt hij ritmisch met zijn zweep op het zand voor hem. Hij stencilt de woestijn met chevrons:
/ \ / \ / \ / \ / \
... mijlen aaneen
Awad is 40. Misschien is hij 50. Hij komt uit de Nubische woestijn gelegen aan de Nijl. Hij kan overal leven vanuit een goedkope nylon plunjezak. Hij speelt het spel.
Mohamad Banounah, mijn Saoedische wandelpartner, laat gaten van een wandelstok achter. Maar zijn stippenspoor is niet belangrijk. Omdat het zijn longen zijn die door de woestijn prikken. Hij morst een spoor van woorden achter zich. Verhalen met in de hoofdrol wilde dieren. Liederlijke herinneringen. Liederen. En een repertoire van bedoeïenen-fabels - weinige minder dan 30 minuten lang - die botte conclusies als met de hand gegoten kogels hebben. (Luister er een hieronder.)
Mysterieuze plukken gras vullen de woestijn - zandmarkeringen achtergelaten door verwaaide dingen. Er zijn de sporen van vogels. Van vossen. Van kriskras rijdende auto's. We volgen soms deze eenzame bandenlijnen urenlang. Ze doen me denken aan de 'zip'-schilderijen van Barnett Newman.
The lines we make: a Bedouin’s tire track and an abstract expressionist’s bead of paint. First Station by Barnett Newman (detail), Magna on canvas, 1958. Collection Robert and Jane Meyerhoff.
National Gallery of Art
Newman dacht dat kunst een kracht was die in staat was om de wereld te veranderen. "De eerste uitdrukking van de mens, zoals zijn eerste droom, was een esthetische uitdrukking", schreef hij in een essay met de titel "De eerste man was een kunstenaar." Newmans visie rijpte tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij moest zo denken.
We lopen een karakterloze ruimte binnen. Het is een enorme, lege zandvlakte.
Ik kijk rond. Ik maak de drinkslang los die in de waterzak op mijn rug zit. Ik zuig erop. Er komt een zucht van vochtige lucht uit. Hij is leeg. Ik wordt gegrepen door een impuls om op mijn huid te schrijven.
