We liepen de woestijn uit en stuitte op een weg. Naast de weg stond een boom, en in de boom hing een wolf. Het was aan zijn hielen geregen. Het kleine beetje vacht wat er over was verwaaide terwijl de wolf langzaam roteerde in de hete wind.
"Wolven worden bedreigd in Saoedi-Arabië", zegt Ahmed al Boug, de algemeen directeur van het National Wildlife Research Centre, de wetenschappelijke tak van de Saudi Wildlife Authority. "Ik heb zelf, in meer dan 20 jaar veldwerk, ongeveer 50 wolven in bomen zien hangen. Herders schieten ze neer en hangen ze daar. Niemand weet echt hoeveel er nog over zijn."
Al Boug zegt dat beschermde gebieden de beste hoop zijn voor de laatste wolven van Arabië. Het koninkrijk heeft al 15 natuurreservaten. Samen beslaan ze meer dan 30.000 vierkante mijlen (80.000 vierkante kilometer): 4 procent van het landoppervlak. Al Boug zegt dat meer reservaten, voor alle soorten dieren, niet alleen wolven, in voorbereiding zijn en dat gebied zullen verdubbelen. "Er gebeuren goede dingen", zegt Al Boug. "Maar handhaving heeft meer aandacht nodig."
Vermoedelijk hangen lokale herders wolven in bomen op om de verwanten van de dode wolf te waarschuwen.
Deze praktijk schrijft bovennatuurlijke intelligentie toe aan wolven. Het is waarschijnlijk verdiend. Bedoeïenenfolklore is een filigraan van wolfsverhalen, odes aan de menselijkheid van dit dier dat binnenkort misschien verdwenen is, net als de Arabische luipaard bijna verdwenen is. (Het aantal resterende luipaarden in Saoedi-Arabië is misschien 40.)
We liepen verder.
We zetten ons kamp op naast een betonnen put onder een lange, vrouwelijke, sahur-boom met gladde takken. De maan scheen als het oog van een wolf gevangen in de schijnwerpers van de zon. Ik kon mijn aandacht nauwelijk bij ons ingeblikte diner houden.
Toen de eerste mensen door de onbekende wereld zwierven, beleefden ze dagen die voor ons denkbaar waren. Een van de dingen die we nooit kunnen weten - dat wil zeggen, we kunnen het beschrijven maar nooit voelen - was het feit dat we wandelend voedsel waren. Sabeltandtijgers, enorme grotberen, archaïsche leeuwen en tientallen andere krachtige dieren aten ons. Deze staat van bewustzijn, prooi zijn, komt door de millennia op ons neer, vaag echoend als een verre schreeuw in een kloof, als metafysica. Als dromen. Als een spierreflex. Als religie. Een lege alertheid. Wij zijn de achtervolgde superpredator.
Ik zag onze twee vrachtkamelen, Fares en Seema, grazen onder het maanlicht toen ik ze hoorde. De kamelen keken tegelijkertijd op. Ik keek op. Het kwam uit de Hejaz-bergen, een cardiogram van scherpe pieken, blauw gekleurd in de schaduw van de maan. Twee wolven riepen elkaar één keer, en niet opnieuw.
