De brug over de limoengroene Panj rivier bij Ishkashem, Afghanistan, is één van de grote onzichtbare scharnieren van deze nog jonge eeuw.
Het is een eenvoudige brug. Gemaakt van grof gegoten beton. Stoffig. Weinig gebruikt (sterker nog, een roestig hek blokkeert de toegang voor alle verkeer van vier uur 's middags tot laat in de ochtend). En toch botst de geschiedenis - botsen werelden - hier.
Aan de ene kant van de spanwijdte: Tadzjikistan. De Russische taal. Gedeukte oude Lada's. Dodelijke wodka die in plastic flessen wordt verkocht. Trottoirs met grote kraters. Meisjes die broeken dragen. Rijen gele populieren. En telefonie en electriciteit - allemaal vervagende nalatenschap van 70 jaar kolonisering door de Sovjetunie.
Aan de andere kant: Afghanistan. Dari, een Perzisch dialect, is de officiēle regionale taal. Gedeukte oude Toyota Hilux pick-up trucks. Alcohol is verboden. Vage sporen in de modder moeten voor wegen doorgaan. Op straat in deze grensplaats struikelen vrouwen over hun boerka's. Minder bomen (hoewel de rotsachtige bodem her en der nieuwe plantages bevat). En veel, veel meer ezels.
Young Afghan border guards at a U.S.-funded military base in the Wakhan Corridor.
Paul Salopek
Tadzjiekse soldaten in Russische camouflage, opgegaan in een trance van verveling, stempelen mijn visum bij het verlaten van het land. De Afghaanse troepen, gekleed als Amerikaanse commando's, schudden mijn hand als ik 'Ethiopië' antwoord op hun vraag waar ik vandaan gelopen kom. Ze maken selfies met hun telefoons. Ze verwelkomen me met blije lach in de Wachan Corridor.
De Wachan Corridor:
Land in de vorm van een kromme vinger - een bizar aanhangsel, een geografische bijkomstigheid - op sommige plaatsen is hij maar vijftien kilometer breed, en hij strekt vanuit Afghanistan meer dan 300 kilometer door een wijde, hoge en gekartelde wildernis van bergen die de verre grens van China raakt.
Het is een kunstmatige "neutrale zone", een bedenksel van antieke politiek, een dwaze grens die in 1895 is getekend door diplomaten in de hoofdsteden Sint Petersburg van Rusland, en Londen van Groot-Brittannië, om hun Centraal Aziatische imperiums en troepen van elkaar gescheiden te houden.
Een in licht gedoopte wereld van gletsjers. Een grotendeels wegenloos, belopen landschap van stralende alpiene weiden. Van torenhoge gangpaden gevormd door pieken van meer dan zesduizend meter hoog. Een biologische ark vol met Marco Polo schapen, met ibex, en met sneeuwluipaarden.
En tenslotte, een vergeten hoek van de wereld die zo onvoorstelbaar geïsoleerd is dat het lang legendes heeft gevoed van verloren of afgesneden volkeren; een dunbevolkt, handgemaakt tafereel van huizen van modderbakstenen, watermolens die door kreekjes worden aangedreven, velden die geploegd worden met bijbelse technieken, middeleeuwse muziekinstrumenten, en eeuwenoude heiligdommen, astans genaamd, die met schaapshoorns versierd zijn. De nieuwste versie van deze Shangri-La fantasie: persberichten dat de lokale etnische groep, Wachi boeren die een gematigde versie van de islam genaamd Ismailisme aanhangen, niet eens weten dat er een oorlog woedt in hun land (ze weten het).
Young Afghan border guards at a U.S.-funded military base in the Wakhan Corridor.
Paul Salopek
Tadzjiekse soldaten in Russische camouflage, opgegaan in een trance van verveling, stempelen mijn visum bij het verlaten van het land. De Afghaanse troepen, gekleed als Amerikaanse commando's, schudden mijn hand als ik 'Ethiopië' antwoord op hun vraag waar ik vandaan gelopen kom. Ze maken selfies met hun telefoons. Ze verwelkomen me met blije lach in de Wachan Corridor.
De Wachan Corridor:
Land in de vorm van een kromme vinger - een bizar aanhangsel, een geografische bijkomstigheid - op sommige plaatsen is hij maar vijftien kilometer breed, en hij strekt vanuit Afghanistan meer dan 300 kilometer door een wijde, hoge en gekartelde wildernis van bergen die de verre grens van China raakt.
Het is een kunstmatige "neutrale zone", een bedenksel van antieke politiek, een dwaze grens die in 1895 is getekend door diplomaten in de hoofdsteden Sint Petersburg van Rusland, en Londen van Groot-Brittannië, om hun Centraal Aziatische imperiums en troepen van elkaar gescheiden te houden.
Een in licht gedoopte wereld van gletsjers. Een grotendeels wegenloos, belopen landschap van stralende alpiene weiden. Van torenhoge gangpaden gevormd door pieken van meer dan zesduizend meter hoog. Een biologische ark vol met Marco Polo schapen, met ibex, en met sneeuwluipaarden.
En tenslotte, een vergeten hoek van de wereld die zo onvoorstelbaar geïsoleerd is dat het lang legendes heeft gevoed van verloren of afgesneden volkeren; een dunbevolkt, handgemaakt tafereel van huizen van modderbakstenen, watermolens die door kreekjes worden aangedreven, velden die geploegd worden met bijbelse technieken, middeleeuwse muziekinstrumenten, en eeuwenoude heiligdommen, astans genaamd, die met schaapshoorns versierd zijn. De nieuwste versie van deze Shangri-La fantasie: persberichten dat de lokale etnische groep, Wachi boeren die een gematigde versie van de islam genaamd Ismailisme aanhangen, niet eens weten dat er een oorlog woedt in hun land (ze weten het).
On the remote Tajikistan-Afghanistan border, a wild river divides 19th-century wheat-threshing practices from Neolithic four-legged ones.
Video by Paul Salopek
Ik heb voor het eerst in vijftien jaar weer voet gezet in Afghanistan.
De laatste keer dat mijn schoenzolen de Afghaanse grond raakten als journalist, balanceerde ik in de sporen van grommende tanks om landmijnen te vermijden. Ik kroop op mijn buik om het vuur van machinegeweren te vermijden. Ik stapte voorzichtig om de sfeer van volslagen stilte, die altijd om de nieuw gestorvenen hangt, heen.
De Wachan Corridor, met zijn vreedzame, wuivende velden van rijpende tarwe, met zijn blije, blonde kinderen met vuile gezichten, met zijn gebrek aan vuurwapens, is niet het land van mijn herinnering.
Ik knipper mijn ogen, gehypnotiseerd door zijn stilte, zijn intense schoonheid. Een oasis van kalmte begint zich te vormen in mijn hart.
We vertrekken, mijn nieuwe gids, Inayat Ali en ik, achter twee pakezels aan, naar de verre Karakorampassen met Pakistan. We roepen dagdromende Wachi boeren aan die hun oogsten op de manier van de steentijd dorsen, door hun ossen in nauwe cirkels over het graan te drijven. Tien seconden per omgang - rond en rond, drie dagen lang. Meer dan 8.000 cirkels voor elk brood. Ze zwaaien, maar ze stoppen niet. Zelfs als we door de ontdekking van agricultuur 12.000 jaar lang aan één vallei zijn gebonden, lopen we.
