De hernieuwde start van de Out of Eden Walk in Centraal-Azië is niet zonder problemen verlopen.
Ten eerste, nauwelijks twee dagen voor het vertrek uit Bishkek, Kirgizië, brak ik tijdens het ontbijt een kies in tweeën. ("Ik zal proberen om je naar India te sturen," zei de tandarts twijfelachtig.) Daarna werd de gids Sergei Gnezdilov ziek van een volwassen vorm van waterpokken en moest hij de route verlaten, miserabel opgezwollen als hij was, voor een ziekenhuis in de hoofdstad. Onze eerste (en al gauw weggestuurde) Kirgizische pakezel beet een teamlid in zijn kruis. En na we de Tadjikistaanse grens zijn overgestoken, ontsnapte onze tweede pakezel niet een, maar twee maal op dezelfde avond—de tweede keer tijdens een ijzel storm die heftig blies op ruim 4 km hoogte.
Furough Shakarmamadova (right) and Safar Ali trying to locate a lost pack donkey.
Paul Salopek
“Woooooo! Cool!” riep Furough Shakarmamadova, terwijl ze in triomf met haar armen zwaaide, toen we eindelijk onze lang-orige Houdini vonden na een zoektocht met een gehuurde vrachtwagen. (De ezel was helemaal teruggelopen naar de Kirgizische grens, een wandeltocht van een dag, en was uiteindelijk gevangen door oplettende grenswachters.)
Shakarmamadova, 23, doet dit vaak: ze viert grote en kleine overwinningen. Mijn nieuwe partner, een Pamirische berggids, is een enthousiaste vrouw. Hetzelfde geldt voor haar collega, Safina Shoxaydarova, ook 23, mijn tweede wandelpartner in de ruige Pamir. Beiden horen tot de eerste generatie moslima wandelgidsen in dit ruige en afgelegen gebergte ten oosten van Tadzjikistan, en ik had het gevoel dat mijn geluk zou verbeteren na hen aangenomen te hebben.
Dat is gebeurd.
Shakarmamadova: a woman of enthusiasms
A. Jegnaradze
Samen met Safar Ali, onze taaie ezelbaas, hebben we dagen van 32 km gelopen op weg naar India, onder de kristalachtige geslepenheid van het leven op grote hoogte. Eindelijk hebben we ons evenwicht gevonden terwijl we over een duizelingwekkende Centraal Aziatische cordillera trekken die bekend staat als het "dak van de wereld".
Zeven eeuwen geleden beschreef Marco Polo de puntige rots schans van de Pamirs als "niets anders dan een woestijn zonder behuizing of enig groen gewas, zodat reizigers verplicht zijn om alles wat ze nodig hebben met zich mee te dragen." Kirgizische herders zijn in de jaren 1600 er in getrokken. En in de 19e eeuw slopen Russische en Britse spionnen door de eenzame wildernis van de Pamirs, in de hoop dat ze de grenzen van hun koloniale gebieden in een Victoriaanse koude oorlog die "Het Grote Spel" heette, konden uitbreiden. (Een Britse officier adviseerde zijn onderlingen diplomatisch om niet weg te schrikken als ze hun geopolitieke vriend-vijanden onderweg ontmoetten—en aan Russische omhelzingen werden blootgesteld.)
We lopen langs de Pamir Highway—gebouwd door de Sovjet-Unie in de jaren 30, die langzaam maar zeker weer verkruimeld tot oorspronkelijke materialen, en 's werelds één na hoogste weg na de Karakoram Highway. We volgen het nieuwe grens hekwerk dat het maanlandschapachtige grensland markeert, wat kort geleden aan China is toegevoegd.
We camperen in hoge, weelderige weiden.
De beekjes zijn hier als haarvaten van het berglandschap: zand droog 's middags, maar opnieuw gevuld met gesmolten sneeuw iedere avond, als een polsslag van geologisch hartwater dat magisch een keer per dag klopt.
Deze bergstromen zijn niet de enige tekenen van diepe ritmes, oude hartslagen, in het Pamir.
Ook de bergen ademen, als een reus die op zijn rug ligt. 's Ochtends stroomt de koude nachtlucht zwaar van gewicht naar de valleien als een koele inademing. En 's middags wordt diezelfde lucht warm en spreid zich uit over de laaggelegen gebieden, waarna het omhoog wordt geblazen richting de bergtoppen, als een lange, hete uitademing. Op deze manier, iedere 24 uur, verschuiven anabatische en katabatische winden in een moment van pauze, en bootsen de daad van het ademhalen na.
Het Pamir leeft.
Shakarmamadova: a woman of enthusiasms
A. Jegnaradze
Samen met Safar Ali, onze taaie ezelbaas, hebben we dagen van 32 km gelopen op weg naar India, onder de kristalachtige geslepenheid van het leven op grote hoogte. Eindelijk hebben we ons evenwicht gevonden terwijl we over een duizelingwekkende Centraal Aziatische cordillera trekken die bekend staat als het "dak van de wereld".
Zeven eeuwen geleden beschreef Marco Polo de puntige rots schans van de Pamirs als "niets anders dan een woestijn zonder behuizing of enig groen gewas, zodat reizigers verplicht zijn om alles wat ze nodig hebben met zich mee te dragen." Kirgizische herders zijn in de jaren 1600 er in getrokken. En in de 19e eeuw slopen Russische en Britse spionnen door de eenzame wildernis van de Pamirs, in de hoop dat ze de grenzen van hun koloniale gebieden in een Victoriaanse koude oorlog die "Het Grote Spel" heette, konden uitbreiden. (Een Britse officier adviseerde zijn onderlingen diplomatisch om niet weg te schrikken als ze hun geopolitieke vriend-vijanden onderweg ontmoetten—en aan Russische omhelzingen werden blootgesteld.)
We lopen langs de Pamir Highway—gebouwd door de Sovjet-Unie in de jaren 30, die langzaam maar zeker weer verkruimeld tot oorspronkelijke materialen, en 's werelds één na hoogste weg na de Karakoram Highway. We volgen het nieuwe grens hekwerk dat het maanlandschapachtige grensland markeert, wat kort geleden aan China is toegevoegd.
We camperen in hoge, weelderige weiden.
De beekjes zijn hier als haarvaten van het berglandschap: zand droog 's middags, maar opnieuw gevuld met gesmolten sneeuw iedere avond, als een polsslag van geologisch hartwater dat magisch een keer per dag klopt.
Deze bergstromen zijn niet de enige tekenen van diepe ritmes, oude hartslagen, in het Pamir.
Ook de bergen ademen, als een reus die op zijn rug ligt. 's Ochtends stroomt de koude nachtlucht zwaar van gewicht naar de valleien als een koele inademing. En 's middags wordt diezelfde lucht warm en spreid zich uit over de laaggelegen gebieden, waarna het omhoog wordt geblazen richting de bergtoppen, als een lange, hete uitademing. Op deze manier, iedere 24 uur, verschuiven anabatische en katabatische winden in een moment van pauze, en bootsen de daad van het ademhalen na.
Het Pamir leeft.
