"Zie je ze?"
Het is Mahan Atabaev: slank, in het gezicht verbrand, een veehouder met een baseball pet. Hij staat in de frisse dageraad, en vraagt mij om door een verrekijker te kijken.
De verrekijker is gesitueerd in een vallei hoog in de Pamir van Tadzjikistan. Ik hurk diep, en dit is wat ik zie: dieren die eruit zien alsof ze uit licht zijn gehouden. Ze schijnen letterlijk. Ze grazen on de steile hellingen, bleek gloeiend in de zonsopgang, perfect in elk detail. Het zijn wilde Marco Polo schapen. Een grote ram, makkelijk honderd kilo, draagt een kroon van gekrulde horens. Atabaev grijnst blij naar me.
In de afgelopen vijf jaar is de populatie van wilde schapen in deze ruige Centraal-Aziatische vallei gegroeid van nul tot meer dan 70 magnifieke dieren. Niet alleen dat, in dezelfde periode is het aantal Marco Polo's in bergen in de omgeving vertienvoudigd, van slechts 50 tot ongeveer 500. Het aantal steenbokken is eveneens gegroeid. En locale waarnemingen van één van 's werelds meest zeldzame jagers, sneeuwpanters, is gegroeid van nul tot zes katten.
School students in Alichur pretend to be snow leopards and their prey in a game of “predator-proof your corral.”
Paul Salopek
"We hebben onze dieren gemist," vertelt Atabaev me terug in Alichur, zijn stoffige dorp van etnisch Kirgizische schapen en jak herders. "Onze voorouders beschermden het wild voor ons. Wij hebben toen op de dieren gejaagd tot ze allemaal verdwenen waren. Nu willen we ze terug."
Atabaev is niet een typische milieuactivist.
Hij geeft toe dat hij minstens 800 wilde dieren heeft gedood in zijn carrière als jager voor zijn afgelegen gemeenschap, vooral gedurende Tadzjikistans hongerige jaren van 1990 tot 2000, toen een burgeroorlog uitbarstte nadat het land onafhankelijk verklaard werd van de Sovjet-Unie. (Om zijn buren te voeden, doodde Atabaev eens 15 steenbokkken in één jacht, gebruikmakend van een automatisch Kalasjnikov aanvalsgeweer.) Toch leidt hij vandaag de dag zijn dorp in een experiment om de omgeving te beschermen, gebruikmakend van een methode die de verzorging van de vaak geteisterde ecosystemen in de handen van locale mensen legt die het landschap daadwerkelijk bewonen. De moeite is zo succesvol in het kleine Alichur—dat nu inkomen genereert met commerciële jacht en, hopelijk binnenkort, ecotoerisme—dat de dorpelingen, die 650 vierkante kilometer van hun hooggelegen weilanden opgaven voor het zeldzame wild, nu plannen om bijna 400 vierkante kilometer extra toe te voegen aan hun Burgut Gemeenschappelijk Natuurbescherming.
Ik loop over de Aarde.
In de laatste vier jaar, heb ik de voetsporen gevolgd van de eerste mensen die de planeet koloniseerden in de steentijd. Soms volg ik oude migratieroutes van wilde dieren die onze voorouders ooit naar onontdekte gebieden dreven. Wat betreft de omgeving is het een ontnuchterende ervaring geweest. Behalve bij het startpunt van mijn tocht, waar ik kampeerde tussen vrij rondlopende struisvogels en hyena's, heb ik weinig wilde dieren gezien op mijn tot nu toe 11,000-kilometer lange tocht.
In het sprankelijke anatolische schiereiland van Turkije, bijvoorbeeld, heb ik vooral schildpadden en vossen gezien gedurende meer dan 1200 gelopen kilometers. De kolossale kuddes van saiga antilopen waarvan het wemelde in de herinnering van velen in het Ustyurt Plateau van Kazachstan en Oezbekistan, zijn bijna verdwenen. En in Saoedi-Arabië kwam ik een metafoor van onze eenzame tijden terecht: valkenjagers waren vogelgeluiden aan het afspelen op luidsprekers in de woestijn, om prooi te lokken voor hun roofvogels. De schelle vogelgeluiden verdwenen in lege ruimte.
Dit is nauwelijks een verrassing.
Zoals milieujournalist Elizabeth Kolbert in haar boek The Sixth Extinction schrijft, maken we een van de meest catastrofale sterftes in biodiversiteit mee in de geschiedenis van de planeet. Tegen het eind van deze eeuw, waarschuwen veel wetenschappers, zal mogelijk de helft van alle bestaande levensvormen op aarde zijn uitgestorven. Een grootschalige studie vorig jaar schatte dat in 2020 het aantal gewervelde dieren is gedaald tot ongeveer een derde van de aantallen 50 jaar geleden. Wij zijn, natuurlijk, de voornaamste oorzaak van dit bloedbad.
Terwijl ik over de continenten zwoeg van Afrika tot het Midden-Oosten en Centraal-Azië, op weg naar mijn eindbestemming in Zuid-Amerika, heb ik gezien hoe de planeet compleet getransformeerd is om de behoeftes van de moderne mens te vervullen, niet die van de sneeuwpanters of salamanders. Kilometer na langzame kilometer, heb ik natuurgebieden gezien die op de lange baan zijn geschoven voor wegen, fabrieken, intensieve landbouw, en exploderende megasteden. Weggeblazen afval is bijna overal aanwezig, zelfs in de meest afgelegen gebieden van mijn tocht. Geloven dat de biosfeer van de planeet zo uit elkaar getrokken kan worden zonder consequenties—geloven dat ook mensen géén dieren zijn—is een dwaasheid die alleen kan ontstaan bij mensen bedwelmd door auto's.
Herder Maderbek Tajikbaev has benefited from a predator-proof corral thanks to the conservation organization Panthera. In exchange, he promises not to trap snow leopards.
Paul Salopek
Dit is waarom de kleine maar significante tegenbeweging die ik tegenkwam tijdens mijn tocht door Centraal-Azië zo hartverwarmend is: Het is een groene beweging geleid door gewone mensen, door herders, leraren, en niet door regeringen of wereldwijde media campagnes.
Lokaal en gemeenschappelijk natuurbehoud is geen nieuw idee.
Het concept was decennia geleden voor het eerst getest in Afrika, vooral om bedreigde en charismatische dieren zoals olifanten te redden van de jacht. Het idee is simpel: Reïntegreer wilde gebieden—en de dieren die ze bewonen—terug in de economiën van locale mensen. Je zal geen neushoorn bejagen, voorspelt het model, als die neushoorn jou en je dorp een concrete waarde brengt zoals geld van toerisme of banen als boswachter. In feite wordt de natuur gedeeld kapitaal. Het is "bezit" van de gemeenschap. Een wilde berg en de steenbokken die het bewonen worden gezien als een krachtbron of een kudde koeien.
Gemeenschappelijke natuurbescherming heeft zijn voor- en nadelen. Beheerplannen kunnen worden verstoord door hebzucht. Oorlogen en politieke onrust habben fragiele, door gemeenschappen beheerde, wilde gebieden vernietigd. Maar in twee landen in Centraal-Azië, Tadzjikistan en Kirgizië, begint het werk zijn vruchten af te werpen.
"Vroeger dacht ik dat natuurbescherming alleen over dieren ging," zegt Tanya Rosen, een veldbioloog die gemeenschappelijke natuurbeschermingsmethoden deelt in beide landen voor een Amerikaanse organisatie genaamd Panthera, met hulp van het Nationaal Geographic Grote Katten Initiatief. "Maar 80 procent van mijn werk gaat over mensen—over marketing, diplomatie, economie. Als je dat allemaal hebt geregeld, hebben de dieren niet veel hulp nodig. De dieren zorgen wel voor zichzelf."
Het moeilijkste deel van deze natuurbeschermingsmethoden, Rosen voegt toe, is geduld: "Het kan jaren duren voordat je resultaat begint te zien."
A wildlife officer displays a list of 20 village men who have volunteered as game rangers to protect wild animals in a community conservation area in the Alai Mountains of Kyrgyzstan.
A. Jegnaradze
In Kirgizië hebben grofweg 5,000 inwoners van de twee dorpen in de Alai bergen op advies van Rosen toegekend om een vijfjarig verbod op het jagen van alle dieren in te stellen om de verwoeste populaties steenbokken, beren en lynxen de mogelijkheid te geven zich te herstellen. Het plan van de dorpelingen is om uiteindelijk honderden of duizenden acres van hun steile groene weilanden te heropenen als bewaakte sport-jacht safari's en om joertkampen te bouwen voor eco-vriendelijke wandelaars. Twintig lokale bewoners hebben zich in de tussentijd aangemeld als boswachters, om het gebied te beschermen tegen illegale jacht.
In Alichur, het geïsoleerde dorp van herders in Tadzjikistan, levert dit soort gemeenschapswerkt nu al resultaten op voor zowel de dieren als mensen.
Niet alleen beginnen lang verdwenen dieren terug te keren in het gebied. Voor de eerste keer ooit ontvangen de dorpelingen de helft van het licentiegeld dat buitenlanders betalen om op de schapen te kunnen jagen. Een Marco Polo vergunning kost €38,000. Alichur heeft zijn deel gebruikt om drie nieuwe huizen te bouwen voor arme families in het dorp. Verder verdienen tien families inkomen met een baan als jachtgids, kok, of jak houder voor internationale jagers.
"Sommige buitenlanders zeggen dat ze überhaubt niet van jagen houden," zegt Atabaev, de dorpsleider terwijl hij de conservatie documenten organiseert. "Maar hier zijn oude Marco Polo schapen of steenbokken die toch doodgaan, en dat zijn de exemplaren die wij bejagen."
Alichur's natuurbeschermingsplan is hoopvol, gelaagd.
De dorpelingen willen de natuur in de omgeving gebruiken om Westerse toeristen aan te trekken die langs hun huizen fietsen op de verder verlaten Pamir snelweg. Hun raad betaalt locale herders ook om hun omheining roofdierbestendig te maken met gaas. Dit voorkomt dat sneeuwpanters schapen doden, en verkleint dus de kans op een mens-kat conflict. Sommige ideeën zullen werken. Anderen niet. Het is een voortdurende innovatie.
Toen ik door Alichur liep, organiseerden de dorpsschool en Panthera een natuurkamp voor studenten. De kinderen van herders tekenden wilde dieren die alleen hun grootouders gezien hadden maar opnieuw in de bergen rondlopen, deze keer als partners om te overleven.
