Jalal ad-Din Mohammed Balkhi (Rumi)
Op een heldere dag op vlakke grond - in een landschap, zeg, als de bot-gele vloer van de Grote Riftvallei in het Noorden van Ethiopië die me nu omringt - is het mogelijk om 100 kilometer ver te zien. Dit is een radius van drie dagen lopen. Gedurende de komende zeven jaar van mijn leven, terwijl ik te voet de paden volg van de eerste anatomisch moderne mensen die al zwervend Afrika verlieten, zal deze afstand voor mij, net als voor onze voorouders, mijn tastbare universum en mijn beperkende horizon vertegenwoordigen.
Ik zal natuurlijk een beetje valsspelen: de communicatieset die ik op mijn rug meesleep tijdens deze reis gooit digitale oneindigheden open die onze voorouders zich amper zouden kunnen voorstellen. Maar de ervaring van het stap voor stap over de continenten lopen, meter voor meter tot en met 2020, zal volgens mij nog steeds een onontkoombare biologische realiteit blootleggen. We zijn gebouwd om te lopen. We zijn door natuurlijke selectie ingesteld om de betekenis van onze dagen op te nemen met een soepele tred van vijf kilometer per uur. En of we het nu een zegen of een vloek vinden om op dit hectische moment in onze geschiedenis op Aarde te staan - persoonlijk zou ik geen enkel ander moment kiezen om te leven - er zijn genoeg goede argumenten om langzamer aan te doen. Om even stil te staan, zoals een lokale Afar herder genaamd Idoli Mohamed doet, met gebogen armen rustend op gladgewreven acacia-stokken. Om te kijken. Om te luisteren. Om over je schouders te kijken, op zoek naar oudere richtingwijzers. Die eerste groepjes Homo Sapiens die het pad hebben ingeslagen waardoor wij een wereldwijde soort konden worden - jager-verzamelaars waar we vreemd genoeg weinig van weten en waarvan er volgens onderzoekers slechts een paarduizend tegelijk leefden - hebben waardevolle lessen die ze ons kunnen leren. Ze waren tenslotte volmaakte overlevers. Dit is het uitgangspunt van de Out of Eden Walk.
Idoli Mohamed, an Afar herder who lives in the Herto Bouri area at the start of the walk.
Paul Salopek
De blauwdruk van mijn lange trektocht - de eerste wereldwijde verspreiding van mensen vanuit Afrika - is door de wetenschap redelijk goed in kaart gebracht.
Fossielen en DNA-markers die zijn gevonden in moderne bevolkingsgroepen duiden er op dat mensen, vanuit ons archeologische "Eden" in de Afrikaanse Rift Vallei, tussen 50.000 en 70.000 jaar geleden naar het Noorden begonnen te druppelen. Gemotiveerd door populatiedruk of aangetrokken door gunstige klimaatverandering, ploeterden sommige vroege reizigers naar het Westen, Europa in, en vernietigden daar waarschijnlijk de Neanderthalers. Anderen sloegen rechtsaf, naar Eurazië. Dat zal mijn route zijn (mijn knieën gaan niet lang genoeg mee om Europa aan het schema toe te voegen. Voor wat Oceanië betreft, dat mensen 50.000 jaar geleden per boot bereikten: ik kan amper op z'n hondjes zwemmen). Vanuit het Midden-Oosten zal ik de spookachtige sporen van eeuwenoude migraties door Centraal-Azië volgen tot China. Dan zal ik naar het Noorden afbuigen tot in arctisch Siberië, vanwaar ik op de boot naar Alaska zal stappen (de Amerikaanse fauna die de eerste Amerikanen aantroffen was zo fantastisch talrijk dat een archeoloog, Ofer Bar Yosef, voorstelde dat ik dit project eigenlijk Naar Eden zou moeten noemen). Uiteindelijk zal ik langs de Amerika's naar beneden lopen tot aan Vuurland, het stormachtige puntje van Zuid-Amerika waar we ten slotte geen continenten meer over hadden, en waar een 23-jarige genaamd Charles Darwin in de jaren 1830 deze hele ketting van herontdekkingen begon.
Retracing on foot the path our ancient ancestors traveled as they migrated across the world.
Een paar weken geleden, voordat ik naar Afrika kwam, vloog ik naar Isla Navariño in Chileens Vuurland.
Cristina Calderon, 84, the last full-blooded Yaghan speaker. She lives in Tierra del Fuego, Chile, at the end of the walk.
Paul Salopek
Ik wilde alvast het eindpunt zien van een reis die een zevende van mijn leven in beslag zal nemen. Een oude vrouw daar, Cristina Calderón, begroette me bij de deur van haar hut. Ze is de laatste volbloed spreker van Yaghán - de cultureel uitgestorven inheemse groep waar Darwin naar staarde, terwijl zij naakt visten op de ijzige stranden van het Beaglekanaal. Ik verwacht en hoop Calderón nogmaals te ontmoeten, als ik jaren later naar haar veranda aan de kustlijn loop, op een ander halfrond. Maar ik wilde ook haar woorden met mij meedragen over de wereld. Haar volk had zo'n 7.000 jaar geleden uitgekeken over één van de laatste onaangetaste einders van 100 kilometer ver. Ik legde dit in het Spaans uit. Ze zat bij het raam, verstrengelde haar vingers, keek naar de donkere golven, en verkondigde de namen van voorwerpen en dieren in een stervende taal die meer als kabbelend water klonk dan als iets menselijks - woorden die soepel en doorschijnend zijn. Ze probeerde het zich te herinneren.
Cristina Calderon, 84, the last full-blooded Yaghan speaker. She lives in Tierra del Fuego, Chile, at the end of the walk.
Paul Salopek
Ik wilde alvast het eindpunt zien van een reis die een zevende van mijn leven in beslag zal nemen. Een oude vrouw daar, Cristina Calderón, begroette me bij de deur van haar hut. Ze is de laatste volbloed spreker van Yaghán - de cultureel uitgestorven inheemse groep waar Darwin naar staarde, terwijl zij naakt visten op de ijzige stranden van het Beaglekanaal. Ik verwacht en hoop Calderón nogmaals te ontmoeten, als ik jaren later naar haar veranda aan de kustlijn loop, op een ander halfrond. Maar ik wilde ook haar woorden met mij meedragen over de wereld. Haar volk had zo'n 7.000 jaar geleden uitgekeken over één van de laatste onaangetaste einders van 100 kilometer ver. Ik legde dit in het Spaans uit. Ze zat bij het raam, verstrengelde haar vingers, keek naar de donkere golven, en verkondigde de namen van voorwerpen en dieren in een stervende taal die meer als kabbelend water klonk dan als iets menselijks - woorden die soepel en doorschijnend zijn. Ze probeerde het zich te herinneren.
